5. Van stoornis naar pihip

Een ‘pihip’ is een probleem instandhoudend (of versterkend) interactiepatroon. De pihip komt in de plaats van begrippen zoals ‘stoornis’ of ‘ziekte’ uit het huidige systeem. Dit begrip heeft een sociale en een wetenschappelijke functie. In sociaal opzicht verleent het erkenning aan mensen die problemen hebben als gevolg van een pihip. In wetenschappelijk opzicht verheldert het waar psychologen en psychiaters nou eigenlijk onderzoek naar moeten doen als ze kennis willen hebben over een pihip.

Wat is een probleem instandhoudend interactiepatroon?

Mensen zijn probleemoplossers. We zijn sociale dieren die in veel gevallen automatisch handelen op basis van allerlei gewoonten, maar in sommige situaties lukt dat niet en dan hebben we een probleem. Je bent te laat, je bent je sleutels vergeten, het lukt je niet om te werken want je hebt hoofdpijn, je ziet je vrienden te weinig, of je partner en jij zijn ontevreden over jullie seksleven. Meestal lossen we zulke problemen gewoon op: zelf, samen met elkaar, of afhankelijk van het soort probleem met de hulp van vrienden, collega’s, familie, of als het om een urgent probleem gaat, met mensen die op dat moment in de buurt zijn. Zulke oplossingen kunnen ook de basis vormen voor nieuwe sociale gewoonten, want onze sociale gewoonten veranderen voortdurend. Zowel binnen je relatie of binnen je bedrijf, maar ook op maatschappelijk niveau en bijvoorbeeld op sociale media, het oplossen van problemen hoort bij het leven.

Soms lukt het echter niet om problemen op te lossen. Of soms lukt het niet zo goed, of komt het probleem steeds terug. Dat kan gebeuren omdat de mensen om wie het gaat niet goed doorhebben wat het probleem veroorzaakt. Of omdat de klachten zo ernstig zijn dat de lijdensdruk niet opweegt tegen je vermogen om er toch nog wel een beetje mee om te gaan. Zo nu en dan hoofdpijn hebben, weinig energie hebben, slecht slapen, of somber zijn, is vervelend maar er valt omheen te leven. Voortdurend hoofdpijn hebben of slecht slapen is ook een probleem zelfs als het je wel lukt om toch elke dag op je werk te verschijnen. Soms is het euvel dat mensen proberen om het probleem op te lossen op een manier die het probleem juist versterkt. Ook kunnen klachten en de symptomen elkaar onderling versterken, waardoor je in een negatieve spiraal belandt waar je zelf of gezamenlijk niet meer uitkomt. In zulke gevallen is het probleem niet alleen dat er een probleem is, maar dat er een mechanisme is dat dat probleem in stand houdt.

De geestelijke gezondheidszorg heeft lang geprobeerd om zulke mechanismen in kaart te brengen als aandoeningen. Met een aandoening bedoelen we een conditie waarvan je bij individuele personen zou moeten kunnen vaststellen of ze die vertonen of niet en die je kunt classificeren als een syndroom van klachten welke vermoedelijk door gezamenlijke onderliggende oorzaken worden verklaard. Inmiddels weten we dat dit een veel te beperkte conceptie is van de manier waarop allerlei mechanismen de problemen van mensen in stand houden. Een alternatieve visie is bijvoorbeeld het dynamische netwerkmodel, dat laat zien hoe symptomen elkaar door de tijd heen kunnen beïnvloeden en versterken zonder dat er een onderliggende gezamenlijke oorzaak is aan te wijzen die sommige mensen wel hebben en andere mensen niet. Bovendien is het belangrijk te beseffen dat mensen elkaars problemen in stand kunnen houden door middel van hun sociale interactie, op een manier die je helemaal niet kunt reduceren tot het toewijzen van een aandoening aan een individu.

Het begrip ‘interactiepatroon’ is bedoeld om op een veel abstractere manier te praten over de mechanismen die problemen in stand kunnen houden. Voor nu is het belangrijk om te begrijpen dat een interactie zich kan voordoen op meerdere niveaus: zo kunnen onwenselijke emoties elkaar versterken, maar ook sociale gedragingen kunnen elkaar versterken, en ook biologische mechanismen kunnen uit de hand lopen doordat ze elkaar versterken, en ook tussen sociaal gedrag, individuele emoties, en biologische factoren kunnen zich interacties voordoen.

Daarnaast hebben we al gezien dat een patroon niet iets is dat je wel of niet “hebt” zoals een stoornis. Net zoals er bijna altijd golven zijn op een wateroppervlak, maar het voor watersporters belangrijk kan zijn om het belangrijkste golfpatroon te herkennen, zo is het ook met bijvoorbeeld het patroon van vermijdend gedrag. Alle mensen vertonen dit patroon in meer of mindere mate, en in sommige sociale contexten veel meer dan in andere sociale contexten. De vraag is niet of je een vermijdend iemand bent of dat een vermijdende persoonlijkheidsstoornis hebt. En de vraag is al helemaal niet of je dat “hebt” in plaats van een andere stoornis. De vraag is of in alle verschillende interacties die zich voordoen in jouw sociale en psychologische systeem, het patroon van vermijding zo’n grote rol speelt dat het het probleem dat jou hindert in stand houdt. Als dat zo is, dan is in jouw situatie vermijding een pihip geworden.

De pihip is dus losser dan het medische en strikter dan het alledaagse

Uit het bovenstaande blijkt dus dat de pihip een veel losser, ruimer, of flexibeler begrip is dan het begrip van een ziekte. Er zijn heel veel situaties waarin we wel van een pihip kunnen spreken maar niet van een ziekte of een aandoening. Bovendien zijn pihips geen dingen die je classificeert maar waarvan je de relatieve invloed inschat. De vraag is niet of iemand het ene labeltje moet krijgen of het andere – de vraag is welke pihips er in een bepaalde situatie en in een sociaal netwerk allemaal een rol spelen bij het in stand houden van een probleem.

Tegelijkertijd is het begrip van een pihip dus veel strikter dan simpelweg het hebben van een probleem. We hebben allemaal voortdurend problemen en het is niet de taak van het zorgnetwerk om die problemen allemaal te gaan helpen oplossen. Bij pihips gaat het specifiek om interactiepatronen waardoor mensen ondersteuning of interventies nodig hebben aangezien die patronen hun problemen in stand houden. Aangezien de alledaagse oplossingen die mensen zelf hebben geprobeerd in deze specifieke situaties niet blijken te werken, is voor zulke interactiepatronen wetenschappelijk onderzoek nodig om te begrijpen hoe die interactiepatronen in elkaar steken en wat je eraan kunt doen. De pihip is dus ook bedoeld om het domein van Redesigning Psychiatry in te perken tot het terrein waarbij de wetenschappelijkheid van ondersteuning en interventie vereist is.

Daarnaast trekt de pihip ook een grens bij louter enhancement: je kunt ook wetenschappelijk onderzoek doen naar hoe je de vermogens van mensen steeds verder kunt verbeteren, maar dat is niet de taak van het zorgnetwerk omdat het niet probleemgericht is. Desalniettemin kan het domein van (preventie van) pihips veel breder zijn dan het domein dat we nu medisch noemen. We hoeven niet pas te gaan helpen als we vinden dat het zo slecht met mensen gaat dat we ze ziek mogen noemen, maar we willen juist escalaties zoveel mogelijk voorkomen door ondersteuning en interventies aan te bieden zodra er sprake is van probleem instandhoudende interactiepatronen.

Volgende omdenkstap

6. Van behandelen naar helpen

Behoeften aan hulp ontstaan wanneer een interactiepatroon een probleem in stand houdt of in de toekomst tot een probleem zal ...
Verder Lezen