2. Van reductie naar ecologie

Ecologie icoon

Ecologen beschrijven patronen die zichzelf in evenwicht houden. Zulke equilibria worden op meerdere niveaus in samenhang begrepen – van ecosystemen tot organismen tot cellen. Door equilibria in het menselijk domein te beschrijven komen we voorbij een eenzijdig reductionisme naar ofwel neurologie, ofwel individuen, ofwel sociale structuren.

Psychische kenmerken zijn patronen in feedback loops

We hebben gezien dat psychische kenmerken patronen zijn en geen dingen. Maar waar zitten die patronen dan? Een patroon zit altijd in iets anders. Zo kan er een herkenbaar patroon zitten in de manier waarop de tegeltjes van je badkamervloer zijn gelegd. Het patroon is niet de tegeltjes maar “zit” wel in de tegeltjes. Als gedachten, karaktereigenschappen en psychische problemen ook patronen zijn, waar zitten die dan “in”? Om die vraag te beantwoorden moeten we begrijpen hoe dynamisch onze psychologie is. Het patroon van de tegeltjes in je badkamervloer is statisch: die badkamervloer ligt er, die tegeltjes doen niets, en dus ligt het patroon daar ook. Maar psychische en gedragsmatige patronen zijn dynamisch: het zijn patronen in allerlei processen die zich de hele tijd afspelen en herhalen.

Neem zoiets eenvoudigs als een glas water oppakken of naar de keuken lopen. Vroeger dacht men dat in de hersenen een soort computerprogramma’s zaten waarmee de stappen werden berekend die je arm of benen moeten maken om bij het glas water of de keuken uit te komen. Maar als je probeert om een robothond te maken die buiten vrij kan rondlopen en zijn evenwicht kan bewaren blijkt dat totaal niet te werken. Wat je dan moet bouwen is een dynamisch systeem waarin er voortdurende feedback loops zijn tussen omgeving en lichaam die alle bewegingen continu afstemmen. Voor menselijk gedrag geldt hetzelfde, of het nu om fysieke handelingen gaat, zoals naar de keuken lopen, of om sociale interacties met je collega’s of je kinderen. Er is een voortdurende interactie, een voortdurende afstemming tussen jou en je omgeving door middel van al je lichamelijke bewegingen en waarnemingen. Ook in je hersenen en in de interactie tussen je hersenen en de rest van je lichaam zitten geen duidelijke programma’s of denkstappen die achter elkaar worden uitgevoerd. In plaats daarvan zijn miljoenen neuronen en diverse soorten neurotransmitters en hormonen betrokken in voortdurende feedback loops van informatie waarmee allerlei evenwichten bewaakt worden of handelingen begeleid.

Als we het hebben over gedachten, persoonlijkheidskenmerken, of psychische problemen, dan moeten we dus niet denken aan specifieke mechanische onderdelen van onze hersenen of stukjes software in ons hoofd, maar aan patronen in al die ontelbare feedback loops die continu plaatsvinden. Als twee mensen een gesprek voeren, dan denken ze meestal niet na over elk woord dat ze willen gaan zeggen voordat ze het uitspreken. In plaats daarvan is er een heel systeem van verbale en nonverbale afstemming waardoor het gesprek gestuurd wordt, en meestal realiseer je je pas wat je aan het zeggen bent nadat je het jezelf hoort zeggen. Een eenvoudig gesprek bij de koffieautomaat is in feite een zeer complexe evenwichtsoefening op sociaal, lichamelijk en neuraal niveau. Wanneer je er last van hebt dat zulke gesprekken vaak onprettig verlopen, dan moet je dus op zoek naar een patroon in al die feedback loops.

De taal van de ecologie

Dit dynamische perspectief van voortdurende interactie op verschillende niveaus heeft belangrijke consequenties voor de psychologie en de geestelijke gezondheidszorg. Het betekent namelijk dat het niet zoveel zin meer heeft om je af te vragen of we mensen nu voornamelijk als biologische wezens moeten zien, door bijvoorbeeld vooral naar de hersenen of de genetica te kijken, of dat vooral sociale factoren ons gedrag sturen. Het betekent ook dat het in veel gevallen moeilijk zal zijn om de oorzaak van een klacht te classificeren als ofwel sociaal, ofwel psychisch, ofwel neurologisch of genetisch. Maar hoewel de psychiatrie al lange tijd een benadering kent die probeert al die niveaus een plek te geven, zie je dat de taal die we gebruiken ons toch steeds weer verleidt om ons gedrag tot één van die niveaus te reduceren.

Wij stellen daarom voor om een andere taal te gaan gebruiken – de taal van de ecologie. Ecologen zien de biologische wereld ook op verschillende niveaus – van ecosystemen, organismen, en de organen en cellen binnen een organisme – en ze bestuderen juist ook de dynamische interacties tussen die niveaus. Het gedrag van een organisme heeft alles te maken met zijn rol in een ecosysteem, en zowel ecosystemen als organismen als de organen en cellen van organismen functioneren als gevolg van evenwichten die door allerlei feedback loops in stand worden gehouden. Zulke evenwichten noemen we equilibria. Equilibria hebben nooit het eeuwige leven, en wat interessant is aan ecosystemen is dat wanneer een equilibrium uiteindelijk ontrafelt, er soms plotselinge grootschalige veranderingen kunnen optreden, waarna het ecosysteem in een heel ander equilibrium terecht kan komen.

In onze visie zijn organismen eigenlijk zelf ook weer ecosystemen – namelijk ecosystemen waarin de verschillende organen en deelsystemen van het organisme hun onderlinge evenwicht in stand proberen te houden. Als je deze analogie verder doortrekt kun je in het geval van mensen ook allerlei onderdelen van onze levens die we met andere mensen delen zien als ecosystemen. Je relatie met je partner is ook een dynamisch systeem dat een equilibrium kent, en dat soms dramatische transities doormaakt. De dynamiek met je collega’s op het werk is ook zo’n systeem. Je slaapritme is ook zo’n systeem.

Wat betekent dit voor psychische gezondheid?

Merk op dat dit een heel andere manier is om onze psychologie in te delen dan in termen van verschillende modules in ons hoofd, of verschillende psychische functies of vermogens, of in termen van sociaal vs. individueel vs. neuraal. De verschillende systemen die we herkennen lopen dwars door die verschillende niveaus heen.

Merk ook op dat dit perspectief verdere invulling geeft aan het inzicht dat patronen geen dingen zijn die je wel of niet “hebt”. Zonder equilibria kunnen we niet functioneren, maar sommige equilibria vormen juist obstakels waardoor we niet verder komen of waardoor we niet zo effectief kunnen functioneren als we misschien zouden willen. Tot op zekere hoogte hoort dat bij het leven – niemand is perfect – en de grens waarbij zo’n onwenselijk equilibrium zo lastig wordt dat het de moeite waard wordt om er iets aan te gaan doen, die grens kun je in de meeste gevallen niet terugvinden op een hersenscan.

Daarnaast biedt het ecologische perspectief een genuanceerde visie op gezondheid in positieve zin. Als we equilibria nodig hebben om een bevredigend leven te kunnen leiden, dan wordt dat leven op de proef gesteld door gebeurtenissen die het evenwicht kunnen verstoren. In plaats van gezondheid te begrijpen als het zo veel mogelijk kunnen vasthouden aan het bestaande evenwicht, willen we juist de waarde benadrukken van het vermogen om dat bestaande evenwicht aan te passen of zelfs de transitie te maken naar een heel ander equilibrium. Gezondheid is dus niet alleen weerbaarheid maar ook flexibiliteit.

Meer lezen over deze omdenkstap

Reductionisme en het biopsychosociale model

In 1980 introduceerde de Amerikaanse psychiater George Engel het biopsychosociale (BPS) model als een alternatief voor het biomedische model in ...
Verder Lezen

Volgende omdenkstap

3. Van spontaan willen naar verhalen vertellen

Mensen zijn verhalenvertellers. We vertellen verhalen die betekenis geven aan ons gedrag. Dat gedrag vertonen we meestal automatisch, op grond ...
Verder Lezen